Anatomische atlas - urinewegen

 

De urinewegen vormen een buizenstelsel waardoor water en zouten kunnen stromen. In het urinewegsysteem zitten de nieren, twee urineleiders (buizen die vanaf de nieren naar de blaas gaan) en de urinebuis (die vanaf de blaas naar buiten leidt).

De nieren zijn een filtersysteem voor het bloed en brengen bijna 99% van het vocht met belangrijke elementen als glucose, zouten en mineralen terug in het bloed. Dagelijks blijft één tot twee liter afval over in de vorm van urine.

Urine loopt geleidelijk, vierentwintig uur per dag, door de urineleiders - buizen van 25 tot 30 cm lang - van de nieren naar de blaas. De urineleiders hebben een doorsnede van ongeveer een halve centimeter en de spierwanden trekken zich samen zodat de urine naar de blaas wordt geduwd.

De blaas is rekbaar en houdt de urine vast totdat deze kan worden uitgeplast. De blaas sluit ook de openingen naar de urineleiders, zodat de urine niet terug kan lopen naar de nieren.